Gnathologie

Eerste onderzoek
Uw patiënt komt bij ons voor gnathologie. Voor het verwijzen kunnen verschillende redenen bestaan zoals pijn in het kauwstelsel of bewegingsstoornissen van de onderkaak.

De eerste keer dat uw patiënt bij ons komt, wordt een uitgebreid functieonderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van de belangrijkste klacht(en) wordt een anamnese opgenomen, al dan niet ondersteund door vragenlijsten. Beoordeeld worden de algemene gezondheid, occlusie, het bewegingsapparaat van het kauwstelsel en oriënterend de nek en de schouder. Het beeldvormend onderzoek bestaat in eerste instantie uit het vervaardigen van een orthopantomogram. In specifieke gevallen wordt verwezen voor een CBCT scan.

De gnatholoog zal samen met uw patiënt het onderzoek bespreken en een behandelplan opstellen. Hij houdt daarbij natuurlijk rekening met de wensen van uw patiënt. U ontvangt het rapport van het consult, waarin het behandelvoorstel is aangegeven. Gewoonlijk wordt tevens de huisarts geïnformeerd.

Vervolgonderzoek of afspraak.
Soms is een vervolgonderzoek nodig voor nadere diagnostiek of heeft de patiënt nog vragen. Indien bij vervolgonderzoek blijkt dat er sprake is van een specifieke temporomandibulaire aandoening die doorverwijzing rechtvaardigt, ontvangt u daaromtrent bericht.

Voorbehandeling
Mocht blijken dat dentogene factoren de klachten mede beïnvloeden, dan volgt eerst terugverwijzing om de invloed van deze factoren uit te sluiten. Soms wordt een beroep gedaan op de expertise van de orofaciaal fysiotherapeut om invloeden vanuit de nek- en schouder regio te beoordelen en eventueel te behandelen.
De orofaciaal fysiotherapeut wordt ook geconsulteerd als het profiel van de klachten in het kauwstelsel daar aanleiding toe geeft.

Behandeling
Eén van de meest gebruikte behandelvormen is de stabilisatieopbeetplaat. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen is dit een tijdelijk hulpmiddel. Binnen een periode van maximaal 3-4 maanden wordt beslist of de behandeling voldoende aanslaat. Vrijwel nooit zal de opbeetplaat worden gebruikt om een andere positie van de onderkaak uit te testen. Het permanent wijzigen van de occlusie is niet aangewezen.

Nazorg
Gewoonlijk verdwijnen de klachten of kunnen deze tot een voor de patiënt aanvaardbaar minimum worden teruggebracht. Het kauwstelsel kan door het opvolgen van de adviezen door de patiënt, aanvullend op de overige bestanddelen uit de gegeven behandeling ook na de actieve behandeling goed functioneren. Bij nieuwe restauraties is het beoordelen van de occlusie bij patiënten met temporomandibulaire klachten in het verleden iets kritischer dan gebruikelijk.